Dichtbij, en toch weinig genoemd
Vergeten dieren
Een leeuw kent bijna iedereen. Een meerkoet, een blinde bij of een gladde slang veel minder, terwijl die dichter bij huis leven. Vaak krijgen ze de naam van een bekendere verwant: elke zwarte vogel wordt een kraai, elke wrattige springer een kikker, elke geel-zwarte vlieger een wesp.
Deze pagina zet soorten bij elkaar die daardoor uit beeld raken. Het zijn geen zeldzaamheden per se. Sommige zitten in de tuin of de sloot en worden alleen niet als eigen soort herkend. Elke kaart linkt naar de soortpagina, waar de kenmerken en de bronnen staan.
Ze worden aangezien voor een bekendere soort
De volksnaam dekt vaak een hele groep. Op de soortpagina staat welk kenmerk de soorten uit elkaar haalt.

Gewone pad
Bufo bufo
Wrattig, loopt meer dan hij springt en legt eisnoeren. Achter het oog zit een grote oorklier. Een pad is een amfibie, geen kikker en geen reptiel.

Blinde bij
Eristalis tenax
Lijkt op een honingbij, maar is een zweefvlieg: één paar vleugels, en hij kan stil in de lucht hangen. De ogen werken; de naam is misleidend.

Aardhommel
Bombus terrestris
Een hommel is een bij, maar niet de honingbij. De aardhommel heeft gele banden en een wit achterlijfpunt. Een hommel op de eerste lentedag is meestal een koningin.

Hoornaar
Vespa crabro
De grootste sociale wesp van Nederland, met een roodbruin borststuk. Dat is een andere soort dan de gele limonadewesp, en ook een andere dan de Aziatische hoornaar.

Lantaarntje
Ischnura elegans
Een kleine waterjuffer. Echte libellen, zoals de viervlek, zijn forser en houden de vleugels in rust meestal open.

Pimpelmees
Cyanistes caeruleus
Kleiner dan de koolmees, met een blauwe kap. Hij hangt aan de uiteinden van dunne takken. ‘Mees’ alleen noemt beide soorten niet.

Bosuil
Strix aluco
Bruin, en broedt in een holle boom. De kerkuil is lichter, met een hartvormig gezicht, en zit vaker in een schuur of toren.

Gladde slang
Coronella austriaca
De kleinste en meest verborgen slang van Nederland. Niet giftig voor mensen. De schubben zijn glad, zonder de kiel van een adder.

Nachtpauwoog
Saturnia pavonia
Een nachtvlinder met oogvlekken op alle vier de vleugels. De dagpauwoog is een andere soort. Het mannetje van de nachtpauwoog vliegt overdag op zoek naar een vrouwtje.

Hazelworm
Anguis fragilis
Lijkt op een slang, maar is een hagedis zonder poten. Hij kan knipperen en zijn staart afwerpen. Slangen kunnen geen van beide.

Gierzwaluw
Apus apus
Gillend langs het dak, en toch geen zwaluw. Hij landt niet op een draad. Eten en slapen gebeuren in de lucht, behalve op het nest.

Heggenmus
Prunella modularis
De naam zegt mus, de snavel niet. Die is dun, en de borst is leigrijs. Hij scharrelt onder de heg, niet in een groep op de dakgoot.
Ze leven dichtbij en vallen uit beeld
Deze dieren zitten in stad, tuin of sloot. Ze zijn algemeen genoeg om over het hoofd te zien, tot je op het kenmerk let dat de soort naam geeft.

Meerkoet
Fulica atra
Zwart, met een witte snavel en een wit voorhoofdschild. Geen eend: de tenen zijn gelobd, niet verbonden door een zwemvlies.

Huismus
Passer domesticus
Hoort bij huizen, heggen en stofbadjes. Het mannetje heeft een grijze kruin en een zwarte bef. De ringmus, met een wangvlek, is een andere soort.

Kauw
Coloeus monedula
De kleine, grijze kraai met een lichte iris. Hij broedt in schoorstenen en holtes. Een egaal zwarte kraai in een paar is de zwarte kraai.

Meikever
Melolontha melolontha
De grote bruine kever die in mei rond bomen vliegt. De larve, een engerling, leeft in de bodem en veel langer dan de kever zelf.

Gouden tor
Cetonia aurata
Metaalgroen, vaak op vlier of roos. In de vlucht blijven de dekschilden dicht, anders dan bij een meikever.

Gewone mestkever
Geotrupes stercorarius
Glanzend zwart of blauwzwart, en graaft gangen onder mest. Hij rolt niet altijd een bal, zoals de mestkevers uit Afrikaanse documentaires.

Huismuis
Mus musculus
De muis in gebouwen. Veldmuis, bosmuis en spitsmuis zijn andere dieren. Een spitsmuis is niet eens een knaagdier.

Rugstreeppad
Epidalea calamita
Een gele lengtestreep over de rug en een luide, ratelende roep. Hij plant zich voort in ondiep water dat snel opwarmt, zoals plassen op bouwland.

Egel
Erinaceus europaeus
Naar de tuin komen en weer vergeten worden. De stekels vallen op, de winterslaap minder: een egel die in de koude maanden lang rondloopt, is meestal niet op gewicht.
Ze zijn er wel, maar je ziet ze zelden
Verborgen, nachtactief of gebonden aan een landschap dat mensen weinig bezoeken. Afwezig uit het gesprek betekent niet afwezig uit het veld.

Kamsalamander
Triturus cristatus
De grootste inheemse watersalamander. Het mannetje draagt in het voorjaar een hoge, getande kam. De buik is oranje met zwarte vlekken.

Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
De kleine, bruine hagedis van vochtige heide en bosrand. De jongen worden meestal geboren. De zandhagedis is forser, en mannetjes krijgen in het voorjaar groene flanken.

Ringslang
Natrix helvetica
Niet giftig, en gebonden aan water en broeihopen. Achter de kop zit een lichte, vaak gele kraag. De adder is de enige giftige slang van Nederland.

Boomkikker
Hyla arborea
Klein, groen, en klimt met hechtschijven aan de tenen. In Nederland is de soort zeldzaam. In de paartijd is de roep juist luid.

Mol
Talpa europaea
De hopen zie je, het dier bijna nooit. Een mol is niet blind. De ogen zijn klein en zitten in de vacht, en hij eet wormen, geen plantenwortels.
Veelgestelde vragen
Wat is een vergeten dier?
Op deze site: een soort die mensen vaak niet bij naam kennen, of die ze aanzien voor een bekendere verwant. De hazelworm wordt een slang genoemd, de gierzwaluw een zwaluw, de heggenmus een mus en de meerkoet een eend.
Zijn vergeten dieren zeldzaam?
Niet per se. De huismus, de kauw en de gewone pad zijn wijdverspreid. De boomkikker en de kamsalamander zijn in Nederland wél schaarser. De soortpagina geeft de status.
Waarom staan leeuw en olifant hier niet bij?
Die soorten kent bijna iedereen. Deze pagina gaat over dieren die daardoor minder aandacht krijgen, terwijl ze in tuin, sloot of heide voorkomen.
